Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Procedures

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kroatië inzake de tewerkstelling van partners van het diplomatieke en consulaire personeel· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 8 maart 2007

1. Alvorens betaalde werkzaamheden te aanvaarden, dient een partner toestemming te verkrijgen van de ontvangende staat. 2. Een verzoek om toestemming voor het aanvaarden van betaalde werkzaamheden wordt uit naam van de partner door de ambassade van de zendstaat naar de Directie Protocol van het ministerie van Buitenlandse Zaken van de ontvangende staat gestuurd. 3. Het verzoek om toestemming dient informatie te bevatten omtrent de aard van de werkzaamheden waarvoor om toestemming wordt gevraagd. 4. Zodra is vastgesteld dat de partner namens wie om toestemming wordt gevraagd een partner is zoals omschreven in dit Verdrag, stelt het ministerie van Buitenlandse Zaken van de ontvangende staat de ambassade van de zendstaat er officieel van in kennis dat de partner in kwestie betaalde werkzaamheden mag aanvaarden, en geeft het dienovereenkomstige certificaat voor de partner af. 5. De partner in kwestie mag op grond van voornoemd certificaat betaalde werkzaamheden verrichten in de ontvangende staat. 6. De in het derde lid van dit artikel genoemde werkzaamheden dienen op de identiteitskaart van de partner te worden afgedrukt. 7. Indien de partner op enig moment na het verkrijgen van de toestemming voornemens is ander werk te zoeken, dient een nieuw verzoek om toestemming te worden ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel