Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde

Onderdeel van Briefwisseling houdende een overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Guernsey betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 23 juli 2005

1. Voor de toepassing van deze Overeenkomst stelt elke Partij, binnen haar grondgebied, de procedures vast die nodig zijn om de uitbetalende instantie in staat te stellen de identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigden vast te stellen en draagt de Partij zorg voor de toepassing van deze procedures. Deze procedures voldoen aan de minimumnormen als vastgesteld in het tweede en derde lid. 2. De uitbetalende instantie stelt de identiteit van de uiteindelijk gerechtigde vast op basis van minimumnormen die verschillen naar gelang van de aanvang van de betrekkingen tussen de uitbetalende instantie en de ontvanger van de rente, en wel als volgt: voor contractuele betrekkingen die zijn aangegaan vóór 1 januari 2004 stelt de uitbetalende instantie de identiteit vast van de uiteindelijk gerechtigde, bestaande uit diens naam en adres, aan de hand van de informatie waarover zij beschikt, met name ter uitvoering van de geldende voorschriften in het land van vestiging en van Richtlijn 91/308/EEG van de Raad van 10 juni 1991 in het geval van het Koninkrijk der Nederlanden of vergelijkbare wetgeving in het geval van Guernsey tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld; voor contractuele betrekkingen die zijn aangegaan, of transacties die bij ontstentenis van contractuele betrekkingen zijn verricht, op of na 1 januari 2004, stelt de uitbetalende instantie de identiteit vast van de uiteindelijk gerechtigde, bestaande uit naam, adres, en, indien dat bestaat, het hem door de fiscale woonstaat toegekende fiscaal identificatienummer. Deze elementen worden vastgesteld op basis van het paspoort of de officiële identiteitskaart die door de uiteindelijk gerechtigde wordt overgelegd. Indien het niet vermeld is in dat paspoort of op die officiële identiteitskaart, wordt het adres vastgesteld op basis van enig ander document dat door de uiteindelijk gerechtigde wordt overgelegd en dat zijn identiteit bewijst. Indien het fiscaal identificatienummer niet vermeld wordt in het paspoort, op de officiële identiteitskaart of in enig ander document dat door de uiteindelijk gerechtigde wordt overgelegd en dat zijn identiteit bewijst, waaronder eventueel een fiscalewoonplaatsverklaring, wordt de identiteit aangevuld met de vermelding van diens geboorteplaats en -datum zoals vermeld in het paspoort of op de officiële identiteitskaart. 3. De uitbetalende instantie stelt de woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde vast op basis van minimumnormen die verschillen naar gelang van de aanvang van de betrekkingen tussen de uitbetalende instantie en de ontvanger van de rente. Als woonplaats wordt aangemerkt het land waar de uiteindelijk gerechtigde zijn vaste adres heeft, met inachtneming van de volgende voorwaarden: voor contractuele betrekkingen die vóór 1 januari 2004 zijn aangegaan, stelt de uitbetalende instantie de woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde vast aan de hand van de informatie waarover zij beschikt, met name ter uitvoering van de geldende voorschriften in het land van vestiging en van Richtlijn 91/308/EEG in het geval van het Koninkrijk der Nederlanden of vergelijkbare wetgeving in het geval van Guernsey; voor contractuele betrekkingen die zijn aangegaan, of transacties die bij ontstentenis van contractuele betrekkingen zijn verricht, op of na 1 januari 2004, stelt de uitbetalende instantie de woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde vast op basis van het adres dat vermeld staat in het paspoort, op de officiële identiteitskaart of zo nodig op basis van enig ander document dat door de uiteindelijk gerechtigde wordt overgelegd en dat zijn identiteit bewijst, volgens de volgende procedure: van natuurlijke personen die een door een lidstaat uitgereikt paspoort of officiële identiteitskaart overleggen en die verklaren ingezetene van een derde land te zijn, wordt de woonplaats vastgesteld op basis van een fiscalewoonplaatsverklaring die is afgegeven door de bevoegde autoriteit van het derde land waarvan de natuurlijke persoon verklaart ingezetene te zijn. Wordt een dergelijke verklaring niet overgelegd, dan wordt de natuurlijke persoon geacht zijn woonplaats te hebben in de lidstaat die het paspoort of enig ander officieel identiteitsdocument heeft uitgereikt. Opgeschort per 1 januari 2016 (Trb. 2017/62). Opgeschort per 1 januari 2016 (Trb. 2017/62).

Rechtspraak bij dit artikel