Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Definitie van „rentebetaling"

Onderdeel van Briefwisseling houdende een overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Britse Maagdeneilanden betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 23 juli 2005

1. Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt onder „rentebetaling" verstaan: rente, uitbetaald of bijgeschreven op een rekening, die is terug te voeren op enigerlei schuldvordering, al dan niet gedekt door een hypotheek en al dan niet voorzien van een winstdelingsclausule, en, met name, de inkomsten uit obligaties of schuldbewijzen, inclusief daarmee verbonden premies en prijzen; boete voor te late betaling wordt niet als rentebetaling aangemerkt; rente die is aangegroeid of gekapitaliseerd op het moment van de verkoop, terugbetaling of aflossing van de in onderdeel a bedoelde schuldvorderingen; inkomsten uit rentebetalingen, hetzij rechtstreeks, hetzij via een entiteit als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van deze Overeenkomst, uitgekeerd door een ICBE waaraan vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 85/611/EEG van de Raad; of een daarmee vergelijkbare op de BME gevestigde instelling voor collectieve belegging; entiteiten die gebruik mogen maken van de keuzemogelijkheid van artikel 8, derde lid, van deze Overeenkomst; instellingen voor collectieve belegging gevestigd buiten het grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is uit hoofde van artikel 299 van dat Verdrag, en buiten de BME; en inkomsten die zijn gerealiseerd bij de verkoop, terugbetaling of aflossing van aandelen of bewijzen van deelneming in de volgende instellingen en entiteiten, indien deze instellingen en entiteiten rechtstreeks of middellijk, via andere hierna genoemde instellingen voor collectieve belegging of entiteiten, meer dan 40% van hun vermogen beleggen in de in onderdeel a bedoelde schuldvorderingen: een ICBE waaraan vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 85/611/EEG van de Raad; of een daarmee vergelijkbare op de BME gevestigde onderneming voor collectieve beleggingen; entiteiten die gebruik mogen maken van de keuzemogelijkheid van artikel 8, derde lid, van deze Overeenkomst; instellingen voor collectieve beleggingen gevestigd buiten het grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is uit hoofde van artikel 299 van dat Verdrag, en buiten de BME. De Overeenkomstsluitende Partijen beschikken echter slechts over de mogelijkheid de inkomsten vermeld in het eerste lid, onderdeel d, van dit artikel onder de definitie van rente te laten vallen voorzover deze inkomsten rechtstreeks of middellijk afkomstig zijn van rentebetalingen in de zin van het eerste lid, onderdelen a en b, van dit artikel. 2. Wat betreft het eerste lid, onderdelen c en d, van dit artikel, wordt, indien een uitbetalende instantie geen informatie heeft over het deel van de inkomsten dat voortvloeit uit rentebetalingen, het volledige bedrag aan inkomsten als rentebetaling aangemerkt. 3. Wat betreft het eerste lid, onderdeel d, van dit artikel, wordt, indien een uitbetalende instantie geen informatie heeft over het percentage van het vermogen dat is belegd in schuldvorderingen of in aandelen of bewijzen van deelneming als omschreven in dat lid, dat percentage geacht meer dan 40% te bedragen. Indien zij het bedrag van de door de uiteindelijk gerechtigde gerealiseerde inkomsten niet kan bepalen, worden de inkomsten geacht gelijk te zijn aan de opbrengst van de verkoop, aflossing of terugbetaling van de aandelen of bewijzen van deelneming. 4. Indien rente, als omschreven in het eerste lid van dit artikel, wordt uitbetaald aan, of bijgeschreven op een rekening op naam van een entiteit als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van deze Overeenkomst, en deze entiteit geen gebruik mag maken van de keuzemogelijkheid van artikel 8, derde lid, van deze Overeenkomst, wordt deze rente aangemerkt als een door deze entiteit verrichte rentebetaling. 5. Wat betreft het eerste lid, onderdelen b en d, van dit artikel, kan een Overeenkomstsluitende Partij ervoor kiezen op haar grondgebied gevestigde uitbetalende instanties ertoe te verplichten de rente over een periode van ten hoogste één jaar op jaarbasis te berekenen en deze geannualiseerde rente als een rentebetaling te beschouwen, zelfs als tijdens die periode geen verkoop, terugbetaling of aflossing heeft plaatsgevonden. 6. In afwijking van het eerste lid, onderdelen c en d, van dit artikel, kan een Overeenkomstsluitende Partij ervoor kiezen alle in die bepalingen bedoelde inkomsten die afkomstig zijn van op haar grondgebied gevestigde instellingen of entiteiten, van de definitie van rentebetaling uit te sluiten zodra de beleggingen in schuldvorderingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, van dit artikel niet meer dan 15% van hun vermogen. Evenzeer kan een Verdragsluitende Partij, in afwijking van het vierde lid van dit artikel, ervoor kiezen van de definitie van rentebetaling in het eerste lid van dit artikel, uit te sluiten de rente die is uitbetaald aan, of bijgeschreven op een rekening van een entiteit als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van deze Overeenkomst die geen gebruik mag maken van de keuzemogelijkheid van artikel 8, derde lid, van deze Overeenkomst en die op haar grondgebied is gevestigd, zodra de beleggingen van deze entiteiten in schuldvorderingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, van dit artikel niet meer dan 15% van hun vermogen uitmaken. Indien een Overeenkomstsluitende Partij gebruik maakt van deze keuzemogelijkheid, is dit voor de andere Overeenkomstsluitende Partij bindend. 7. Het percentage als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, en in het derde lid van dit artikel wordt vanaf 1 januari 2011 25%. 8. De in het eerste lid, onderdeel d, en in het zesde lid van dit artikel bedoelde percentages worden bepaald aan de hand van de beleggingspolitiek zoals die in het fondsenreglement of de statuten van de betrokken instellingen of entiteiten is neergelegd en, bij ontstentenis daarvan, op basis van de feitelijke samenstelling van de beleggingsportefeuille van de betrokken instellingen of entiteiten. Opgeschort per 1 januari 2016 (Trb. 2017/90). Opgeschort per 1 januari 2016 (Trb. 2017/90).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel