Elke Staat die partij is, neemt de maatregelen die nodig kunnen zijn om, binnen de beschikbare middelen:
te verzekeren dat door hem verstrekte reis- of identiteitsdocumenten van een zodanige kwaliteit zijn dat er niet eenvoudig misbruik van kan worden gemaakt en dat zij niet gemakkelijk kunnen worden vervalst of onrechtmatig worden gewijzigd, vermenigvuldigd of afgegeven; en
de integriteit en betrouwbaarheid van reis- of identiteitsdocumenten afgegeven door of namens de Staat die partij is te verzekeren en om de onrechtmatige vervaardiging, afgifte en gebruikmaking ervan te voorkomen.
Hoofdstuk III
Artikel 12
Betrouwbaarheid en controle van documenten
Deze tekst geldt sinds 26 augustus 2005