Iedere Partij neemt de wetgevende en andere maatregelen die nodig blijken te zijn om overeenkomstig haar interne recht als strafbaar feit aan te merken, wanneer opzettelijk gepleegd, het vragen of ontvangen door een arbiter die zijn of haar taken uitoefent volgens het nationale recht inzake arbitrage van de Partij, rechtstreeks of indirect, van elk onverschuldigd voordeel, voor hemzelf, haarzelf of voor iemand anders, of het aanvaarden van het aanbod of de belofte daarvan, om een handeling te verrichten of na te laten te verrichten in de uitoefening van zijn of haar taken.
HOOFDSTUK II
Artikel 3
Passieve omkoping van nationale arbiters
Onderdeel van Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2006