Voor de toepassing van dit Verdrag hebben de hierna volgende termen de volgende betekenis. De omschrijvingen zijn niet van toepassing op de internationale handel in producten.
„Behoud in situ": het behoud van ecosystemen en natuurlijke habitats en de instandhouding en het herstel van levensvatbare populaties van soorten in hun natuurlijke omgeving en, in het geval van gecultiveerde plantensoorten, in de omgeving waarin zij hun onderscheidende kenmerken hebben ontwikkeld.
„Behoud ex situ": het behoud van plantgenetische bronnen voor voedsel en landbouw buiten hun natuurlijke habitat.
„Plantgenetische bronnen voor voedsel en landbouw": al het genetisch materiaal van plantaardige oorsprong met een werkelijke of potentiële waarde voor voeding en landbouw.
„Genetisch materiaal": al het materiaal van plantaardige oorsprong, waaronder het materiaal voor generatieve en vegetatieve vermeerdering, dat functionele eenheden van de erfelijkheid bevat.
„Ras": een groep planten binnen één enkele botanische taxon van de laagst bekende rang, die wordt gedefinieerd door de vermeerderende onderscheidende kenmerken en andere genetische kenmerken.
„Verzameling ex situ": een verzameling plantgenetische bronnen voor voedsel en landbouw die buiten hun natuurlijke omgeving in stand wordt gehouden.
„Gebied van oorsprong": een geografische zone waar een plantensoort, hetzij gecultiveerd hetzij niet-gecultiveerd, voor het eerst haar onderscheidende kenmerken heeft ontwikkeld.
„Gebied met een diversiteit van gewassen": een geografische zone met een hoog niveau in genetische diversiteit voor gecultiveerde plantensoorten onder in situ-omstandigheden.
TITEL I
Artikel 2
Gebruikte termen
Onderdeel van Internationaal Verdrag inzake plantgenetische bronnen voor voedsel en landbouw· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 16 februari 2006