**7.1.** Elke verdragsluitende partij dient, waar nodig, in haar beleid en programma's op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling activiteiten op te nemen die betrekking hebben op artikelen 5 en 6, en dient, rechtstreeks of via de FAO en andere relevante internationale organisaties, met andere verdragsluitende partijen samen te werken bij het behoud en het duurzame gebruik van plantgenetische bronnen voor voedsel en landbouw.
**7.2.** De internationale samenwerking dient met name gericht te zijn op:
het ontwikkelen of versterken van de capaciteit van ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie met betrekking tot het behoud en duurzame gebruik van plantgenetische bronnen voor voedsel en landbouw;
het stimuleren van internationale activiteiten ter bevordering van behoud, evaluatie, documentatie, genetische verbetering, plantenveredeling en zadenvermeerdering; en, overeenkomstig Titel IV, het verspreiden, verschaffen van toegang tot en uitwisselen van plantgenetische bronnen voor voedsel en landbouw, en van passende informatie en technologie;
het in stand houden en versterken van institutionele mechanismen zoals voorzien in Titel V;
het toepassen van het financieringsbeleid van artikel 18.
TITEL II
Artikel 7
Nationale verplichtingen en internationale samenwerking
Onderdeel van Internationaal Verdrag inzake plantgenetische bronnen voor voedsel en landbouw· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 16 februari 2006