Naar hoofdinhoud

TITEL III

Artikel 9

Rechten van de boer

Onderdeel van Internationaal Verdrag inzake plantgenetische bronnen voor voedsel en landbouw· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 16 februari 2006

9.1. De verdragsluitende partijen erkennen de enorme bijdrage die de plaatselijke en inheemse gemeenschappen en boeren uit alle regio's van de wereld, met name die boeren in de gebieden van oorsprong en gebieden met een diversiteit van gewassen, hebben geleverd en zullen blijven leveren, aan het behoud en de ontwikkeling van plantgenetische bronnen die de basis vormen voor de voedsel- en landbouwproductie over de hele wereld. 9.2. De verdragsluitende partijen komen overeen dat de verantwoordelijkheid voor het verwezenlijken van de rechten van de boer met betrekking tot plantgenetische bronnen voor voedsel en landbouw berust bij de nationale regeringen. Overeenkomstig de behoeften en prioriteiten van de boeren dient elke verdragsluitende partij, waar nodig en overeenkomstig de nationale wetgeving, passende maatregelen te treffen ter bescherming en bevordering van de rechten van de boer, waaronder: bescherming van traditionele kennis die van belang is voor plantgenetische bronnen voor voedsel en landbouw; het recht op billijke deelname aan de verdeling van voordelen die voortvloeien uit het gebruik van plantgenetische bronnen voor voedsel en landbouw; en het recht om op nationaal niveau deel te nemen aan besluitvorming over zaken die betrekking hebben op het behoud en het duurzame gebruik van plantgenetische bronnen voor voedsel en landbouw. 9.3. Niets in dit artikel moet worden uitgelegd als een beperking van welk recht dan ook van boeren op behoud, gebruik, uitwisseling en verkoop van zaden op de boerderij behouden of materiaal ter vermeerdering, overeenkomstig de nationale wetgeving en in voorkomende gevallen.

Rechtspraak bij dit artikel