Naar hoofdinhoud
1. Elke Regering waarborgt dat de buitengebruikstelling van de Pijpleiding of van enig gedeelte daarvan binnen haar rechtsmacht, geschiedt met inachtneming van haar wetgeving. 2. Na ontvangst van een voorstel tot buitengebruikstelling van de Pijpleiding of van enig gedeelte daarvan, pleegt de ene Regering overleg met de andere Regering om te waarborgen dat de mogelijkheden voor een eventueel verder economisch gebruik van de Pijpleiding niet worden veronachtzaamd. 3. Met inachtneming van het eerste lid van dit artikel, indien er geen mogelijkheden worden vastgesteld voor een verder economisch gebruik, plegen beide Regeringen met elkaar overleg over de voorgestelde regelingen voor buitengebruikstelling om overeenstemming te bereiken over een oplossing die wederzijds aanvaardbaar is. Indien beide Regeringen regelingen overeenkomen die niet voor de gehele lengte van de Pijpleiding gelijk zijn, tracht elke Regering te bewerkstelligen, voorzover redelijkerwijs mogelijk, dat de regelingen voor de buitengebruikstelling van het gedeelte of de gedeelten van de Pijpleiding binnen haar rechtsmacht, geen afbreuk doen aan andere regelingen voor het verdere gebruik of de buitengebruikstelling van het deel of de gedeelten van de Pijpleiding vallend onder de rechtsmacht van de andere Regering.

Rechtspraak bij dit artikel