Naar hoofdinhoud
1. Met uitzondering van geschillen met betrekking tot kwesties die in artikel 13 van dit Verdrag worden geregeld, wordt elk geschil met betrekking tot de uitlegging of toepassing van dit Verdrag, opgelost via de Interconnector Consultatiegroep of, indien deze daar niet in slaagt, door onderhandelingen tussen beide Regeringen. 2. Indien een geschil niet kan worden beslecht op de in het eerste lid van dit artikel vermelde wijze of door middel van een andere procedure die beide Regeringen zijn overeengekomen, wordt het op verzoek van een van de Regeringen voorgelegd aan een scheidsgerecht dat als volgt is samengesteld: Elke Regering wijst een scheidsman aan, en de twee aldus aangewezen scheidslieden kiezen een derde scheidsman, die zal optreden als voorzitter, die geen onderdaan is van of gewoonlijk verblijft in het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland of het Koninkrijk der Nederlanden of een derde Staat die een rechtstreeks belang bij het geschil heeft. Indien een van beide Regeringen nalaat een scheidsman aan te wijzen binnen drie maanden na een verzoek daartoe, kan elk van beide Regeringen de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken een scheidsman te benoemen. Dezelfde procedure is van toepassing indien de derde scheidsman niet is gekozen binnen een maand na de aanwijzing of benoeming van de tweede scheidsman. Het scheidsgerecht stelt zijn eigen procedureregels vast, met dien verstande dat, bij ontbreken van eenparigheid, alle beslissingen bij meerderheid van stemmen van de leden van het scheidsgerecht worden genomen. De beslissingen van het scheidsgerecht zijn definitief en bindend voor beide Regeringen. Elke Regering draagt haar eigen kosten en beide Regeringen dragen gezamenlijk de kosten van de voorzitter van het scheidsgerecht.

Rechtspraak bij dit artikel