**1.** Elke Regering bevestigt dat zij als enige verantwoordelijk is voor alle inspecties van het gedeelte van de Pijpleiding dat onder haar rechtsmacht valt en voor alle handelingen met betrekking tot dat gedeelte binnen haar rechtsmacht, en dat zij verantwoordelijk is voor haar eigen inspecteurs.
**2.** Onverminderd het eerste lid van dit artikel, neemt elke Regering stappen om te waarborgen dat veiligheids- of milieuinspecteurs van de andere Regering tijdens alle fases van de aanleg en het gebruik van de Pijpleiding:
overeenkomstig de procedures beschreven in het derde lid van dit artikel, toegang hebben tot het gedeelte van de Pijpleiding dat onder de rechtsmacht van de andere Regering valt; en
toegang hebben tot alle noodzakelijke informatie met inbegrip van voorafgaande melding van alle inspecties en tevens met inbegrip, wanneer van toepassing, van inspectierapporten die zijn opgesteld. Informatie die krachtens dit lid door een Regering of bevoegde autoriteit aan de andere Regering of bevoegde autoriteit wordt verstrekt, wordt door de ontvangende Regering of bevoegde autoriteit niet aan derden medegedeeld zonder voorafgaande toestemming van de verstrekkende Regering of bevoegde autoriteit.
**3.** Tenzij beide Regeringen anders overeenkomen, is de uitvoerder na een verzoek van een inspecteur van een van de Regeringen (de „bezoekende inspecteur") aan de bevoegde autoriteiten van de andere Regering (de „Regering van het gastheerland") om een gedeelte van de Pijpleiding te bezoeken dat onder de rechtsmacht van de Regering van het gastheerland valt, verplicht de bezoekende inspecteur met zijn uitrusting toegang te verlenen, op voorwaarde dat hij vergezeld wordt door een inspecteur die is aangewezen door de Regering van het gastheerland. De Regering van het gastheerland verzamelt, op verzoek van de bezoekende inspecteur, de informatie die de bezoekende inspecteur nodig zou kunnen hebben om zich ervan te vergewissen dat de fundamentele belangen van zijn Regering ten aanzien van de veiligheid of het voorkomen van verontreiniging gewaarborgd zijn.
**4.** Elke Regering waarborgt dat wanneer zij ervan in kennis wordt gesteld of wanneer het haar duidelijk wordt (hetzij door of via een inspecteur, hetzij anderszins) dat er twijfel bestaat omtrent de veiligheid van het gebruik van de Pijpleiding of dat er gevaar voor schade of verontreiniging door de Pijpleiding bestaat, zij deze informatie onverwijld mededeelt aan de uitvoerder en aan een inspecteur van de andere Regering.
**5.** De bevoegde autoriteiten van beide Regeringen plegen met elkaar overleg en komen praktische maatregelen overeen voor de toepassing van het vierde lid van dit artikel, met inbegrip van de wijze van toepassing die in noodgevallen wordt gehanteerd.
**6.** Dit artikel is eveneens van toepassing op met de Pijpleiding verbonden inrichtingen.
Artikel 9
Inspecties
Deze tekst geldt sinds 30 maart 2006