Naar hoofdinhoud
1. Op schriftelijk verzoek, kunnen door de verzoekende administratie speciaal hiertoe aangewezen ambtenaren, met instemming van de aangezochte administratie en onder de door laatstgenoemde hieraan verbonden voorwaarden, ten behoeve van de opsporing van een inbreuk op de douanewetgeving, aanwezig zijn bij een onderzoek door de aangezochte administratie in het douanegebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij dat van belang is voor de verzoekende administratie. 2. Wanneer, onder de in artikel 10 of in het eerste of derde lid van dit artikel bedoelde omstandigheden, ambtenaren van de verzoekende administratie aanwezig zijn op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, moeten zij te allen tijde in staat zijn hun ambtelijke hoedanigheid aan te tonen. 3. Ambtenaren van een Verdragsluitende Partij kunnen, met instemming van de andere Verdragsluitende Partij en onder de door laatstgenoemde vastgestelde voorwaarden, informatie met betrekking tot een inbreuk op de douanewetgeving vergaren ten kantore van de aangezochte administratie. 4. Gedurende hun verblijf op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij genieten zij de bescherming en bijstand van die Verdragsluitende Partij die ingevolge het nationale recht van die Verdragsluitende Partij verleend wordt en zijn zij verantwoordelijk voor de strafbare feiten die zij eventueel begaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel