Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
„bevoegde autoriteit’’, het overheidsorgaan van elke Staat dat verantwoordelijk is voor het toezicht op het voldoen door ondernemingen aan de voorraadverplichting;
„voorraden’’, voorraden ruwe aardolie of aardolieproducten (met inbegrip van halffabrikaten en eindproducten) waarop de Richtlijn van toepassing is;
„voorraadverplichting’’, de totale hoeveelheid voorraad die uit hoofde van de nationale wetgeving moet worden aangehouden;
„crisis in de voorziening’’, hetzelfde als er in artikel 6, tweede lid, van de Richtlijn onder wordt verstaan;
„grondgebied’’, het binnen de Europese Unie gelegen grondgebied waarop elke Staat rechtsmacht uitoefent;
„onderneming’’, een onderneming of instantie gevestigd op het grondgebied van een Staat die voorraden aanhoudt ten behoeve van het vergemakkelijken van de nakoming (door die onderneming of een derde) van de wetgeving inzake de verplichting tot het aanhouden van voorraden aardolieproducten van die of de andere Staat.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Ierland inzake het wederzijds aanhouden van voorraden ruwe aardolie en/of aardolieprodukten· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 5 mei 2006