**1.** De Vier Regeringen verbinden zich gezamenlijk en ieder voor zich te waarborgen, in overeenstemming met het NPV, dat elke ultracentrifugetechnologie, die aan hen ter beschikking zou staan ten behoeve van of als gevolg van de in artikel II beschreven samenwerking, op geen enkele wijze zal worden gebruikt om een niet-kernwapenstaat te helpen, aan te moedigen of ertoe te bewegen kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen te vervaardigen of anderszins te verkrijgen of de beschikkingsmacht over dergelijke kernwapens of nucleaire explosiemiddelen te verkrijgen. Voor de toepassing van dit lid betekent de uitdrukking „niet-kernwapenstaat" een Staat, daaronder begrepen elke door dit Verdrag gebonden Staat, die vóór 1 januari 1967 geen kernwapen of ander nucleair explosiemiddel heeft vervaardigd en tot ontploffing heeft gebracht.
**2.** De Regering van de Franse Republiek waarborgt dat elke organisatie die op het grondgebied van de Franse Republiek fabrieken bouwt voor de verrijking van uranium en gebruik maakt van ultracentrifugetechnologie, of deze anderszins exploiteert, die eigendom is van, in het bezit is van, afkomstig is van of voortvloeit uit activiteiten van ETC, of die dergelijke fabrieken exploiteert, geen voor de vervaardiging van wapens geschikt uranium ten behoeve van het vervaardigen van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen produceert.
Artikel IV
Vreedzaam gebruik
Onderdeel van Verdrag tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake samenwerking op het gebied van ultracentrifugetechnologie· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2006