Naar hoofdinhoud
1. Ieder geschil dat mocht ontstaan tussen de Vier Regeringen betreffende de uitlegging of toepassing van dit Verdrag of van een beslissing van de Quadripartiete Commissie, dan wel van maatregelen of regelingen die krachtens een zodanige beslissing ten uitvoer zijn gelegd, wordt verwezen naar de Quadripartiete Commissie, die zal trachten tot een minnelijke schikking te komen. 2. Indien het geschil niet op deze wijze wordt beslecht, wordt het, indien mogelijk, door de Vier Regeringen door middel van rechtstreekse onderhandelingen beslecht. 3. Indien een geschil niet op deze wijze door de Vier Regeringen wordt beslecht, wordt het op verzoek van een daarbij betrokken Regering voor arbitrage voorgelegd aan een Scheidsrechterlijke Commissie, tenzij een andere Regering hiertegen om redenen van beveiliging bezwaar maakt. 4. Een zodanige Scheidsrechterlijke Commissie wordt als volgt ad hoc samengesteld. Indien twee Regeringen bij het geschil betrokken zijn, benoemt iedere Regering een lid. Indien meer dan twee Regeringen bij het geschil betrokken zijn en een van hen tegen twee of drie anderen procedeert, dan wel twee tegen een of twee, of drie tegen een, benoemen de Regeringen van wie de belangen samenvallen tezamen een lid. De twee aldus benoemde leden benoemen een derde lid, dat als voorzitter zal optreden. De leden van de Scheidsrechterlijke Commissie worden, met uitzondering van de voorzitter, benoemd binnen twee maanden, en deze laatste binnen drie maanden, te rekenen van de datum van het verzoek om arbitrage. 5. Indien er binnen de in het vierde lid van dit artikel gestelde termijn benoeming niet is verricht, kan elke bij het geschil betrokken Regering de President van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens verzoeken de benoeming te verrichten. Indien de President een onderdaan is van een van de betrokken Regeringen of indien hij om andere redenen verhinderd is de benoeming te verrichten, wordt deze door de Vice-President verricht. Indien de Vice-President onderdaan is van een van de betrokken Regeringen of indien hij eveneens verhinderd is de benoeming te verrichten, wordt deze verricht door het in anciënniteit volgende lid van het Hof die geen onderdaan van een van de betrokken Regeringen is. 6. De Scheidsrechterlijke Commissie neemt, op basis van dit Verdrag en van het algemene internationale recht, haar beslissing met meerderheid van stemmen. De Scheidsrechterlijke Commissie stelt haar eigen procedure vast. Een niet bij het geschil betrokken Regering kan zich in het geding voegen. 7. De beslissing van de Scheidsrechterlijke Commissie is bindend voor de bij de arbitrage betrokken Regeringen. 8. De beslissing van de Scheidsrechterlijke Commissie is onherroepelijk en hiertegen staat geen rechtsmiddel open. In geval van een geschil betreffende de strekking of reikwijdte van een dergelijke beslissing, rust op de Scheidsrechterlijke Commissie de plicht de beslissing op verzoek van een van de Vier Regeringen toe te lichten.

Rechtspraak bij dit artikel