Naar hoofdinhoud
1. Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de eerste maand na de datum waarop de laatste van de Vier Regeringen haar diplomatieke nota waarin wordt bevestigd dat aan alle wettelijke vereisten voor de inwerkingtreding van dit Verdrag is voldaan, nederlegt bij de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden. De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden stelt de andere Regeringen in kennis van de datum van inwerkingtreding. Dit Verdrag blijft van kracht gedurende een tijdvak van dertig jaar. Dit tijdvak wordt telkens automatisch verlengd met een tijdvak van tien jaar tenzij een van de Vier Regeringen de andere Regeringen ten minste een jaar voor de datum waarop dit Verdrag automatisch zou worden verlengd, ervan in kennis stelt dat zij het voornemen heeft dit Verdrag op te zeggen. 2. Dit Verdrag kan te allen tijde met unanieme goedkeuring van de Vier Regeringen worden beëindigd. In dit geval wordt tussen hen een Protocol gesloten voor een dienovereenkomstige regeling van de rechten en verplichtingen, waaronder begrepen bepalingen betreffende de te volgen handelwijze met betrekking tot activa en passiva verband houdend met de samenwerking krachtens dit Verdrag. 3. In het geval van opzegging van dit Verdrag door een van de Vier Regeringen overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid van dit artikel of in geval van beëindiging van dit Verdrag krachtens het tweede lid van dit artikel, worden geëigende voorzieningen getroffen voor de voortzetting, in verband met het bepaalde in de artikelen IV en V, van verbintenissen en waarborgen en, in verband met het bepaalde in de artikelen VII en VIII en Bijlage II, van maatregelen voor de beveiliging van gerubriceerde gegevens, documenten en apparatuur. Zolang deze voorzieningen nog niet zijn getroffen, blijven de artikelen IV, V, VII, VIII en Bijlage II en alle uit hoofde daarvan tot stand gekomen regelingen of toegepaste procedures van kracht.

Rechtspraak bij dit artikel