Naar hoofdinhoud
1. Personen van Nederlandse nationaliteit en personen zoals bedoeld in artikel 22, letter (b), van het Protocol die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen, genieten niet de voorrechten en immuniteiten vervat in artikel 12, eerste lid, letters (a), (e) en (f), artikel 13, artikel 14, letters (b), (e) en (g), en artikel 15, letter (c) van het Protocol, en artikel 7, eerste lid, letter (c), van deze Overeenkomst. 2. Personeelsleden van het Bureau die de Nederlandse nationaliteit bezitten of de personeelsleden bedoeld in artikel 22, letter (b), van het Protocol, die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen, wier namen, uit hoofde van hun taak, zijn opgenomen op een door de Organisatie opgestelde en door de Minister van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden goedgekeurde lijst, zijn vrijgesteld van militaire dienstplicht. Ingeval andere personen van Nederlandse nationaliteit en andere personen duurzaam verblijf houden in Nederland, worden opgeroepen voor militaire dienst, verleent de Minister van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden hun op verzoek van de Organisatie zodanig uitstel als vereist is om onderbreking van noodzakelijk werk te vermijden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel