Indien een Verdragsluitende Staat van mening is dat inwilliging van een verzoek of het uitvoeren of toelaten van een maatregel uit hoofde van dit Verdrag ertoe kan leiden dat de eigen soevereine rechten worden aangetast, de eigen veiligheid of andere wezenlijke belangen gevaar lopen of inbreuk op het nationale recht wordt gemaakt, kan deze de samenwerking met inachtneming van overige internationale samenwerkingsverplichtingen geheel of gedeeltelijk weigeren of hieraan bepaalde voorwaarden stellen.
TITEL VI
Artikel 35
Uitzonderingsclausule
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de grensoverschrijdende politiële samenwerking en de samenwerking in strafrechtelijke aangelegenheden· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2006