Naar hoofdinhoud

Artikel IV

Bevoegdheden van de Bank en andere aangelegenheden

Onderdeel van Verdrag inzake het beheer van het Multilateraal Investeringsfonds II· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 13 maart 2007

Afdeling 1. Primaire bevoegdheid. De Bank verklaart ingevolge artikel VII, afdeling 1, onder v, van de Overeenkomst tot oprichting van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (het „Handvest’’) bevoegd te zijn tot uitvoering van de bepalingen van dit MIF II-beheerverdrag en dat de uit hoofde van dit Verdrag ondernomen activiteiten zullen bijdragen aan het vervullen van de doelstellingen van de Bank. Tenzij in dit MIF II-beheerverdrag anders wordt bepaald, is de Bank bevoegd alle handelingen te verrichten en alle overeenkomsten aan te gaan om haar taken ingevolge dit Verdrag te vervullen. De Bank investeert gelden van het Fonds, die niet nodig zijn voor de werkzaamheden daarvan, in zekerheden van dezelfde aard als waarin zij haar eigen fondsen investeert ingevolge haar investeringsbevoegdheid. Afdeling 2. Zorgvuldigheidsnorm. De Bank neemt bij het verrichten van haar taken ingevolge dit MIF II-beheerverdrag dezelfde zorgvuldigheid in acht die zij in acht neemt ten aanzien van het beheer van haar eigen zaken. Afdeling 3. Uitgaven van de Bank. De Bank ontvangt volledige terugbetaling uit het Fonds van directe en indirecte kosten gemaakt voor haar activiteiten met betrekking tot het Fonds en die van de IIC, met inbegrip van de bezoldiging van het personeel van de Bank voor feitelijk aan het beheer van het Fonds bestede tijd, reiskosten per dag, kosten van communicatie en overige direct vast te stellen uitgaven, afzonderlijk berekend en vastgelegd als beheerkosten voor het Fonds en de uitvoering van zijn werkzaamheden. De procedure voor het vaststellen en berekenen van de aan de Bank terug te betalen kosten en de criteria voor terugbetaling van de in onderdeel a omschreven kosten die zijn overeengekomen door de Bank en het Donorencomité ingevolge het MIF I-beheerverdrag blijven van kracht en kunnen van tijd tot tijd worden herzien op voorstel van de Bank of van het Donorencomité en de toepassing van wijzigingen die uit de herziening voortvloeien behoeft goedkeuring van de Bank en van het Donorencomité. Afdeling 4. Samenwerking met nationale en internationale organisaties. Bij het beheren van het Fonds kan de Bank overleggen en samenwerken met publieke en private nationale en internationale organisaties die werkzaam zijn op het gebied van sociale en economische ontwikkeling, wanneer dat dienstig is voor het verwezenlijken van de doelstelling van het Fonds of voor optimale, doelmatige aanwending van de middelen van het Fonds. Afdeling 5. Evaluatie van projecten. Naast evaluaties waar om verzocht wordt door het Donorencomité, evalueert de Bank de werkzaamheden die zij heeft ondernomen ingevolge dit Verdrag en brengt van deze evaluaties verslag uit aan het Donorencomité zoals bepaald in artikel IV, afdeling 5, van het MIF II-verdrag.

Rechtspraak bij dit artikel