Naar hoofdinhoud

DEEL IV

Artikel 19

Algemene beginselen inzake voorlichting en training

Onderdeel van Internationaal Verdrag tegen doping in de sport· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 februari 2007

1. De Staten die Partij zijn, verplichten zich, binnen hun mogelijkheden, voorlichtings- en trainingprogramma’s op het gebied van dopingbestrijding te ondersteunen, ontwikkelen of implementeren. Voor de sportgemeenschap in het algemeen dienen deze programma’s gericht te zijn op het bieden van actuele en accurate informatie over: het gevaar van doping voor de ethische waarden van de sport; de gevolgen van doping voor de gezondheid. 2. Voor sporters en begeleiders van sporters, met name tijdens hun basistraining, dienen voorlichtings- en trainingsprogramma’s, in aanvulling op het bovenstaande, gericht te zijn op het bieden van actuele en accurate informatie over: dopingcontroleprocedures; de rechten en verantwoordelijkheden van sporters ten aanzien van dopingbestrijding, met inbegrip van informatie over de Code en het antidopingbeleid van de relevante sport- en antidopingorganisaties. Dergelijke informatie dient de gevolgen van het schenden van de dopingregelgeving te omvatten; de lijst van verboden stoffen en methoden en dispensatie voor therapeutisch gebruik; voedingssupplementen.

Rechtspraak bij dit artikel