Naar hoofdinhoud

DEEL I

Artikel 2

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Internationaal Verdrag tegen doping in de sport· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 februari 2007

Deze begripsomschrijvingen dienen begrepen te worden in de context van de Wereldantidopingcode. Indien de bepalingen daarvan in strijd zijn met die van het Verdrag, zijn de bepalingen van het Verdrag doorslaggevend. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder: „Geaccrediteerde dopingcontrolelaboratoria’’ door het Mondiaal Antidopingagentschap geaccrediteerde laboratoria. „Antidopingorganisatie’’ een orgaan dat verantwoordelijk is voor het aannemen van regels voor het in gang zetten, implementeren of handhaven van elk deel van het proces van dopingcontrole. Hieronder worden onder andere begrepen het Internationaal Olympisch Comité, het Internationaal Paralympisch Comité, andere organisatoren van grote evenementen die tijdens hun evenementen dopingcontroles uitvoeren, het Mondiaal Antidopingagentschap, internationale sportbonden en nationale antidopingorganisaties. „Schending van het antidopingreglement’’ in de sport een of meer van de onderstaande schendingen: de aanwezigheid van een verboden stof of een van haar metabolieten of markers in een lichaamsweefsel of lichaamsvloeistof van een sporter; gebruik of poging tot gebruik van een verboden stof of een verboden methode; weigering een monster af te staan na aankondiging zoals toegestaan door het toepasselijke antidopingreglement, of het nalaten hiervan zonder dwingende reden, of het anderszins vermijden van het afstaan van monsters; schending van de toepasselijke vereisten inzake de beschikbaarheid van sporters voor controles buiten wedstrijdverband met inbegrip van het verzuimen de vereiste informatie over de verblijfplaats te verstrekken en het missen van controles waarvan verklaard wordt dat zij zijn gebaseerd op redelijke regelgeving; manipuleren, of poging tot het manipuleren, van een onderdeel van een dopingcontrole; bezit van verboden stoffen of methoden; handel in een verboden stof of een verboden methode; toediening of poging tot toediening van een verboden stof of verboden methode aan een sporter, of hulp bij, aanmoediging van, medeplichtigheid aan, uitlokking van, verhulling van of enige andere vorm van medeplichtigheid aan een schending of poging tot schending van een antidopingreglement. „Sporter’’, ten behoeve van dopingcontrole, elke persoon die een sport beoefent op internationaal of nationaal niveau zoals omschreven door elke nationale antidopingorganisatie en door de Staten die Partij zijn aanvaard en elke andere persoon die een sport beoefent of aan een evenement deelneemt op een lager niveau dat door de Staten die Partij zijn is aanvaard. Ten behoeve van opleidings- en trainingsprogramma’s wordt onder „sporter’’ verstaan elke persoon die een sport beoefent die onder toezicht van een sportorganisatie staat. „Begeleiders van sporters’’ coaches, trainers, managers, zaakwaarnemers, teammedewerkers, officials, medisch of paramedisch personeel met wie een sporter die deelneemt aan of zich voorbereidt op deelname aan een sportwedstrijd samenwerkt of door wie deze wordt behandeld. „Code’’ de Wereldantidopingcode aangenomen door het Mondiaal Antidopingagentschap op 5 maart 2003 te Kopenhagen, die als Aanhangsel 1 bij dit Verdrag is gevoegd. „Wedstrijd’’ een enkele race, match, partij of afzonderlijke sportieve krachtmeting. „Dopingcontrole’’ het volledige proces met inbegrip van het plannen van uit te voeren controles, verzamelen en hanteren van monsters, laboratoriumonderzoek, resultatenbeheer, hoorzittingen en beroepsprocedures. „Doping in de sport’’ het zich voordoen van een schending van het antidopingreglement. „Naar behoren gemachtigde dopingcontroleteams’’ dopingcontroleteams die onder de bevoegdheid van internationale of nationale antidopingorganisaties opereren. Controle „binnen wedstrijdverband’’ ten behoeve van het onderscheid tussen controles binnen wedstrijdverband en buiten wedstrijdverband, tenzij anderszins voorzien in het reglement van een internationale sportbond of andere relevante antidopingorganisatie, een controle waarbij een sporter voor controle wordt aangewezen in verband met een specifieke wedstrijd. „Internationale norm voor laboratoria’’ de norm die als Aanhangsel 2 bij dit Verdrag is gevoegd. „Internationale norm voor dopingcontroles’’ de norm die als Aanhangsel 3 bij dit Verdrag is gevoegd. „Onaangekondigd’’ een dopingcontrole die plaatsvindt zonder dat de sporter daarvan vooraf op de hoogte wordt gesteld en waarbij de sporter voordurend door een controleur wordt vergezeld vanaf het moment van de aankondiging tot en met de afname van het monster. „Onaangekondigd’’ een dopingcontrole die plaatsvindt zonder dat de sporter daarvan vooraf op de hoogte wordt gesteld en waarbij de sporter voordurend door een controleur wordt vergezeld vanaf het moment van de aankondiging tot en met de afname van het monster. Dopingcontrole „buiten wedstrijdverband’’ elke dopingcontrole die niet binnen wedstrijdverband plaatsvindt. „Lijst van verboden stoffen en methoden’’ de lijst vervat in Bijlage I bij dit Verdrag waarin de verboden stoffen en verboden methoden vermeld staan. „Verboden methode’’ elke methode die als zodanig omschreven staat in de Lijst van verboden stoffen en methoden vervat in Bijlage I bij dit Verdrag. „Verboden stof’’ elke stof die als zodanig omschreven staat in de Lijst van verboden stoffen en methoden vervat in Bijlage I bij dit Verdrag. „Sportorganisatie’’ elke organisatie die de eindverantwoordelijkheid draagt voor een evenement met een of meer sporten. „Normen voor het verlenen van dispensatie voor therapeutisch gebruik’’ de normen vervat in Bijlage II bij dit Verdrag. „Controle’’ de onderdelen van het dopingcontroleproces inhoudende het plannen van de controles, het verzamelen en hanteren van monsters en het verzenden van monsters naar het laboratorium. „Dispensatie voor therapeutisch gebruik’’ een dispensatie verleend in overeenstemming met de normen voor het verlenen van dispensatie voor therapeutisch gebruik. „Gebruik’’ het aanbrengen, innemen, injecteren of op welke wijze dan ook consumeren van een verboden stof of verboden methode. „Mondiaal Antidopingagentschap (WADA)’’ de stichting die op 10 november 1999 onder deze naam werd opgericht naar Zwitsers recht.

Rechtspraak bij dit artikel