Elke Staat die partij is, overweegt de wettelijke en andere maatregelen te nemen die nodig kunnen zijn om de volgende handelingen, indien zij opzettelijk zijn gepleegd, strafbaar te stellen:
het, direct of indirect, beloven, aanbieden of geven van elk onverschuldigd voordeel aan een overheidsfunctionaris of andere persoon opdat deze overheidsfunctionaris of persoon zijn reële of veronderstelde invloed misbruikt om van een bestuur of overheidsinstelling van de Staat die partij is een onverschuldigd voordeel te verkrijgen ten behoeve van de aanzetter tot deze handeling of enige andere persoon;
het, direct of indirect, verzoeken om of aanvaarden van een onverschuldigd voordeel voor de overheidsfunctionaris zelf of voor een andere persoon opdat deze overheidsfunctionaris of persoon zijn reële of veronderstelde invloed misbruikt om van een administratie of overheidsinstelling van de Staat die partij is een onverschuldigd voordeel te verkrijgen.
HOOFDSTUK III
Artikel 18
Ongeoorloofde beïnvloeding
Onderdeel van Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 30 november 2006