Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 20

Ongeoorloofde verrijking

Onderdeel van Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 30 november 2006

Met inachtneming van zijn grondwet en de grondbeginselen van zijn rechtsstelsel, overweegt elke Staat die partij is de wettelijke en andere maatregelen te nemen die nodig kunnen zijn om als strafbaar feit aan te merken, wanneer opzettelijk gepleegd, ongeoorloofde verrijking, waaronder wordt verstaan, een aanzienlijke toename van de activa van een overheidsfunctionaris waarvoor hij of zij in relatie tot zijn of haar rechtmatig inkomen geen redelijke verklaring kan geven.

Rechtspraak bij dit artikel