Elke Staat die partij is, neemt de maatregelen die nodig kunnen zijn om, overeenkomstig zijn nationale recht, de samenwerking te bevorderen tussen enerzijds zijn overheidsinstellingen, alsmede zijn overheidsfunctionarissen, en anderzijds zijn autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de opsporing en de vervolging van misdrijven. Dergelijke samenwerking kan bestaan uit:
het uit eigen beweging informeren van laatstgenoemde autoriteiten, wanneer er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat een van de overeenkomstig de artikelen 15, 21 en 23 van dit Verdrag strafbaar gestelde feiten is gepleegd; of
het op verzoek leveren aan de laatstgenoemde autoriteiten van alle benodigde informatie.
HOOFDSTUK III
Artikel 38
Samenwerking tussen nationale autoriteiten
Onderdeel van Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 30 november 2006