Naar hoofdinhoud

Artikel 26

Wijzigingen op het Verdrag

Onderdeel van Verdrag inzake de grensoverschrijdende gevolgen van industriële ongevallen· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 4 februari 2007

1. Elke Partij kan wijzigingen op dit Verdrag voorstellen. 2. De tekst van een voorgestelde wijziging op dit Verdrag wordt in schriftelijke vorm ingediend bij de Uitvoerend Secretaris van de Economische Commissie voor Europa, die deze toezendt aan alle Partijen. De Conferentie van de Partijen bespreekt de voorgestelde wijzigingen op haar eerstvolgende jaarvergadering, mits die voorstellen ten minste negentig dagen van tevoren door de Uitvoerend Secretaris van de Economische Commissie voor Europa aan de Partijen zijn toegezonden. 3. Voor wijzigingen op dit Verdrag - anders dan wijzigingen op Bijlage I, waarvoor de procedure is beschreven in het vierde lid van dit artikel - geldt: wijzigingen worden bij consensus aangenomen door de Partijen die ter vergadering aanwezig zijn en worden door de Depositaris ter bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring voorgelegd aan alle Partijen; de akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van wijzigingen worden nedergelegd bij de Depositaris. In overeenstemming met dit artikel aangenomen wijzigingen worden voor de Partijen die deze hebben aanvaard van kracht op de negentigste dag na de dag waarop de Depositaris de zestiende akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring heeft ontvangen; daarna worden wijzigingen voor elke andere Partij van kracht op de negentigste dag na de nederlegging door die Partij van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van de wijzigingen. 4. Voor wijzigingen op Bijlage I geldt: de Partijen stellen alles in het werk om overeenstemming te bereiken bij consensus. Indien alle pogingen om tot consensus te komen zijn mislukt en er geen overeenstemming is bereikt, worden de wijzigingen, in laatste instantie, aangenomen met een stemmenmeerderheid van negen tienden van de aanwezige Partijen die hun stem uitbrengen. Indien de wijzigingen zijn aangenomen door de Conferentie van de Partijen, worden zij medegedeeld aan de Partijen, met de aanbeveling ze goed te keuren; na het verstrijken van twaalf maanden na de datum waarop ze door de Uitvoerend Secretaris van de Economische Commissie voor Europa zijn medegedeeld, worden de wijzigingen op Bijlage I van kracht voor de Partijen bij dit Verdrag die geen kennisgeving overeenkomstig het vierde lid, letter c, van dit artikel hebben gedaan, mits ten minste zestien Partijen bedoelde kennisgeving niet hebben gedaan; een Partij die niet in staat is een wijziging op Bijlage I bij dit Verdrag goed te keuren, doet hiervan schriftelijk kennisgeving aan de Uitvoerend Secretaris van de Economische Commissie voor Europa, zulks binnen twaalf maanden na de datum waarop mededeling van de aanneming is gedaan. De Uitvoerend Secretaris stelt alle Partijen onverwijld in kennis van de ontvangst van zo'n kennisgeving. Een Partij kan te allen tijde een aanvaarding in de plaats stellen van haar eerdere kennisgeving, waarna de wijziging op Bijlage I voor die Partij van kracht wordt; voor de toepassing van dit lid wordt onder „aanwezige Partijen die hun stem uitbrengen" verstaan Partijen die aanwezig zijn en voor- of tegenstemmen.

Rechtspraak bij dit artikel