**1.** De rechtspositie van het personeel van de Overeenkomstsluitende Partijen en van hun gezinsleden wordt bepaald door het beginsel van wederkerigheid.
**2.** Met betrekking tot de rechtspositie van het personeel van een Overeenkomstsluitende Partij en hun gezinsleden die zich op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij bevinden, komt in het bijzonder de toepassing van een of eventueel meerdere van de volgenden verdragen in aanmerking:
Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten (NAVO-Statusverdrag) van 19 juni 1951,
Aanvullende Overeenkomst van 3 augustus 1959, zoals gewijzigd op 18 maart 1993, bij het Verdrag tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten,
Notawisseling van 25 september 1990, zoals gewijzigd op 12 september 1994, juncto het NAVO-Statusverdrag, de sub 2 genoemde Aanvullende Overeenkomst en de desbetreffende regelingen,
Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse krijgsmachten van 6 oktober 1997,
Protocol bij de Aanvullende Overeenkomst van 6 oktober 1997 bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse krijgsmachten van 6 oktober 1997.
Artikel 6
Rechtspositie van het personeel
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de samenwerking op defensiegebied· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2007