Naar hoofdinhoud

TITEL III › Hoofdstuk I

Artikel 15

Artikel 15

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Tunesië inzake sociale zekerheid· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 januari 1994

1. De werknemer die woont op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij anders dan het bevoegde land en die voldoet aan de voorwaarden gesteld in de wettelijke regeling van het bevoegde land om in aanmerking te komen voor prestaties, eventueel rekening houdend met het bepaalde in artikel 12, heeft, op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waar hij woont, recht op: - verstrekkingen die voor rekening van het bevoegde orgaan worden verleend door het orgaan van de woonplaats, volgens de bepalingen van de wettelijke regeling die door laatstbedoeld orgaan wordt toegepast, alsof de werknemer daarbij was aangesloten; - uitkeringen verleend door het bevoegde orgaan volgens de bepalingen van de wettelijke regeling die door dit orgaan wordt toegepast, alsof de werknemer woonde op het grondgebied van het bevoegde land. Deze prestaties kunnen worden verleend door bemiddeling van het orgaan van de woonplaats voor rekening van het bevoegde orgaan op de wijze zoals die zal worden vastgesteld door de bevoegde autoriteiten in een administratief akkoord voor de toepassing van het Verdrag. 2. Het bepaalde in het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden die wonen op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij anders dan het bevoegde land, wat betreft het recht op verstrekkingen. Wanneer de gezinsleden evenwel recht hebben op prestaties ingevolge de wettelijke regeling van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan zij wonen, is het bepaalde in dit artikel niet op hen van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel