Iedere Partij neemt de wetgevende en andere maatregelen die nodig zijn om in haar nationale wetgeving als strafbaar feit aan te merken het opzettelijk en wederrechtelijk verwerven van toegang tot een computersysteem of een onderdeel daarvan. Een Partij kan als voorwaarde voor strafbaarheid stellen dat het feit wordt begaan door het doorbreken van veiligheidsmaatregelen, of met het oogmerk computergegevens te verkrijgen of met het oogmerk van andere oneerlijke bedoelingen, dan wel met betrekking tot een computersysteem dat met een ander computersysteem is verbonden.
HOOFDSTUK II › AFDELING 1 › TITEL 1
Artikel 2
Wederrechtelijke toegang
Onderdeel van Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2007