**1.** Wanneer tussen de verzoekende en de aangezochte Partij geen verdrag inzake wederzijdse bijstand noch een regeling op basis van uniforme of wederkerige wetgeving van kracht is, zijn de bepalingen van dit artikel van toepassing. Zij zijn niet van toepassing wanneer een dergelijk verdrag of een dergelijke regeling of wetgeving wel bestaat, tenzij de betrokken Partijen overeenkomen in plaats daarvan de rest van dit artikel of een gedeelte daarvan toe te passen.
**2.** De aangezochte Partij kan aan de verstrekking van informatie of materiaal in antwoord op een verzoek de voorwaarde verbinden dat:
de informatie of het materiaal geheim wordt gehouden in het geval dat aan het verzoek om wederzijdse bijstand bij gebreke van een dergelijke voorwaarde niet kan worden voldaan, of
de informatie of het materiaal niet wordt gebruikt voor andere onderzoeken of procedures dan in het verzoek vermeld.
**3.** Indien de verzoekende Partij niet kan voldoen aan een in het tweede lid bedoelde voorwaarde, brengt zij onverwijld de andere Partij hiervan op de hoogte, die vervolgens bepaalt of de informatie niettemin moet worden verstrekt. Indien de verzoekende Partij de voorwaarde aanvaardt, is zij hieraan gebonden.
**4.** Iedere Partij die informatie of materiaal verstrekt waarvoor een in het tweede lid bedoelde voorwaarde geldt, kan van de andere Partij, met betrekking tot die voorwaarde, nadere uitleg verlangen omtrent het gebruik dat van deze informatie of van dit materiaal is gemaakt.
HOOFDSTUK III › AFDELING 1 › TITEL 4
Artikel 28
Geheimhouding en beperking van gebruik
Onderdeel van Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2007