Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III › AFDELING 2 › TITEL 1

Artikel 30

Spoedverstrekking van vastgelegde verkeersgegevens

Onderdeel van Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2007

1. Wanneer, bij de uitvoering van een verzoek ingevolge artikel 29 tot bewaring van verkeersgegevens met betrekking tot een specifiek berichtenverkeer, de aangezochte Partij ontdekt dat een serviceprovider in een andere Staat betrokken was bij de doorgifte van dat bericht, verstrekt de aangezochte Partij aan de verzoekende Partij ten spoedigste een zodanige hoeveelheid verkeersgegevens dat kan worden bepaald welke serviceprovider dat is en langs welke route het berichtenverkeer heeft plaatsgevonden. 2. De verstrekking van verkeersgegevens uit hoofde van het eerste lid mag alleen worden geweigerd: indien het verzoek een strafbaar feit betreft dat door de aangezochte Partij wordt aangemerkt als een politiek delict of als een strafbaar feit dat verband houdt met een politiek delict, of indien de aangezochte Partij van oordeel is dat de inwilliging van het verzoek het risico in zich draagt van aantasting van haar soevereiniteit, haar veiligheid, haar openbare orde of andere wezenlijke belangen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel