De Partijen verlenen elkaar wederzijdse bijstand bij het in „real-time" vergaren of vastlegging van gegevens inzake de inhoud van specifiek berichtenverkeer dat door middel van een computersysteem wordt overgedragen, voor zover toegestaan overeenkomstig de voor hun toepasselijke verdragen en nationale wetten.
HOOFDSTUK III › AFDELING 2 › TITEL 2
Artikel 34
Wederzijdse bijstand op het gebied van de onderschepping van inhoudgegevens
Onderdeel van Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2007