Iedere Partij neemt de wetgevende en andere maatregelen die nodig zijn om in haar nationale wetgeving als strafbaar feit aan te merken het opzettelijk en wederrechtelijk bij een ander veroorzaken van een verlies van een vermogensbestanddeel door:
het invoeren, wijzigen, wissen of onderdrukken van computergegevens;
het verstoren van de werking van een computersysteem,
met de bedriegelijke of anderszins oneerlijke bedoeling om voor zichzelf of een ander wederrechtelijk een economisch voordeel te verkrijgen.
HOOFDSTUK II › AFDELING 1 › TITEL 2
Artikel 8
Computer-gerelateerde fraude
Onderdeel van Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2007