Voor de toepassing van dit Verdrag zijn de begripsomschrijvingen van artikel I van het Verdrag (1994) van toepassing.
Daarnaast worden de volgende begrippen als volgt omschreven:
Natuurramp: schade veroorzaakt door elk natuurverschijnsel (orkaan, tornado, storm, vloedgolf, overstroming, tsunami, aardbeving, vulkaanuitbarsting, aardverschuiving, bosbrand, epidemie, epizoötie, ziekten en plagen in de landbouw, droogte, et cetera) waarvan de gevolgen voor mensen, de infrastructuur en de productieve sectoren van verschillende economische activiteiten dermate ernstig en omvangrijk zijn dat zij de lokale mogelijkheden om daaraan het hoofd te bieden te boven gaan, en waarvoor regionale bijstand vereist is, op verzoek van een of meer van de getroffen partijen, teneinde de hen ter beschikking staande inspanningen en middelen aan te vullen, en teneinde schade en verliezen te beperken.
Planning inzake rampen: onderdeel van het voorbereidingsproces teneinde een toekomstige ramp het hoofd te kunnen bieden. Deze planning omvat activiteiten gericht op preventie, mitigatie, voorbereiding, hulp, herstel en wederopbouw.
Rampenpreventie: alle activiteiten en technische en wettelijke maatregelen die moeten worden uitgevoerd tijdens het planningsproces ten behoeve van de sociaal-economische ontwikkeling, teneinde het verlies van mensenlevens en schade aan de economie ten gevolge van natuurrampen te voorkomen.
Mitigatie: een actie die gericht is op het verminderen van de gevolgen van natuurrampen voor de bevolking en de economie.
Voorbereiding: activiteiten op organisatorisch vlak teneinde te waarborgen dat de systemen, procedures en middelen die nodig zijn om een natuurramp het hoofd te bieden, beschikbaar zijn om tijdig hulp te kunnen bieden aan de getroffenen, waarbij waar mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande mechanismen.
Rampenbeheersing: alle maatregelen op het gebied van preventie, mitigatie, voorbereiding en bestrijding die adequate bescherming waarborgen voor de bevolking en de economie in het geval van een natuurramp.
Risico: verhouding tussen de frequentie en de gevolgen van het optreden van een bepaalde gebeurtenis.
Kwetsbaarheid: mate van waarschijnlijkheid dat er verlies of beschadiging optreedt van elementen die aan de impact van een natuurverschijnsel zijn blootgesteld.
Secundaire bedreiging: het resultaat van een primair gevaar, meestal met ernstigere gevolgen.
Rampenbestrijding: de activiteiten die onmiddellijk na de ramp worden uitgevoerd, met inbegrip van reddings- en bestrijdingsacties, het beschikbaar stellen van gezondheidsvoorzieningen, voedsel, onderdak, water, sanitaire voorzieningen en andere basisvoorzieningen om te overleven.
Zeer kwetsbare gebieden: zones, delen van een grondgebied of grondgebieden waarin zich elementen bevinden die uiterst kwetsbaar zijn voor ernstige, grootschalige schade, veroorzaakt door een of meer natuurlijke of door de mens veroorzaakte verschijnselen en die speciale aandacht vereisen op het gebied van samenwerking tussen de partijen.
Verdragsluitende Partijen: de lidstaten en geassocieerde leden voor welke deelname als lidstaat van de Associatie openstaat, in overeenstemming met hetgeen in artikel IV van het Verdrag (1994) is bepaald.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verdrag tussen lidstaten en geassocieerde leden van de Associatie van Caraïbische Staten inzake regionale samenwerking bij natuurrampen· Onderwijsrecht