Naar hoofdinhoud
De Verdragsluitende Partijen bij dit Verdrag verbinden zich ertoe: dit Verdrag te implementeren, in overeenstemming met de door de Raad van ministers goedgekeurde acties, beleidsmaatregelen en programma's, ten aanzien van natuurrampen, in overeenstemming met de bepalingen van artikel IX, onderdeel a, van het Verdrag (1994); de maatregelen voor samenwerking te evalueren die in het kader van dit Verdrag, de bijlagen erbij en/of de wijzigingen ervan, dienen te worden genomen, met inbegrip van hun financiële en institutionele implicaties; dat ingeval bij de te ondernemen activiteiten organen betrokken zijn die bij het Verdrag (1994) of door de Raad van ministers zijn opgericht, de desbetreffende aanbevelingen aan de Raad van ministers zullen worden voorgelegd, behalve wanneer speciale mandaten door de Raad van ministers zijn goedgekeurd met betrekking tot de kwestie die door de Verdragsluitende Partijen wordt behandeld; de doeltreffendheid te beoordelen van de maatregelen die zijn aangenomen ten behoeve van de beheersing van en bescherming tegen natuurrampen, met inbegrip van zeer kwetsbare gebieden, en de noodzaak te onderzoeken van aanvullende maatregelen, die tot doel zouden hebben het niveau van samenwerking te verhogen in overeenstemming met dit Verdrag, in de vorm van Bijlagen bij dit Verdrag; de gemeenschappelijke richtlijnen en criteria vast te stellen en te herzien, voor zover vereist, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 7 hierboven; bij consensus het jaarverslag goed te keuren dat moet worden ingediend bij de Raad van ministers in overeenstemming met de bepalingen van artikel 6 van dit Verdrag; iedere andere functie uit te oefenen die verband houdt met de uitvoering van dit Verdrag en de functies die worden vastgesteld door de Raad van ministers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel