Naar hoofdinhoud
De Voorzitter van de RBc die verantwoordelijk is voor de bestrijdings- en/of opruimingswerkzaamheden zendt het in paragraaf 5.4 bedoelde rapport toe aan de Voorzitter van de RBc van de partij waar de olieverontreiniging is ontstaan. Laatstgenoemde is bevoegd tot terugvordering van de desbetreffende betalingen van de verontreiniger(s) binnen een redelijke tijd en maakt deze, indien van toepassing, over aan de Voorzitter van de andere RBc's.

Rechtspraak bij dit artikel