Naar hoofdinhoud

Artikel IV

Leden

Onderdeel van Verdrag tot oprichting van de Associatie van Caraïbische Staten· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 25 oktober 2001

1. Het Lidmaatschap van de Associatie staat open voor de Staten van het Caraïbisch gebied die voorkomen in Bijlage I bij dit Verdrag. Deze Staten zijn gerechtigd deel te nemen aan de besprekingen en hun stem uit te brengen in de vergaderingen van de Raad van ministers en de Bijzondere commissies van de Associatie. 2. De Associatie staat open voor deelname als geassocieerd lid voor de Staten, Landen en Grondgebieden van het Caraïbisch gebied die voorkomen in Bijlage II bij dit Verdrag. Geassocieerde leden zijn gerechtigd te interveniëren in de besprekingen en hun stem uit te brengen in de vergaderingen van de Raad van ministers en de Bijzondere commissies in zaken die hun rechtstreeks aangaan en die vallen binnen het kader van hun grondwettelijke bevoegdheid. De Raad van ministers sluit overeenkomsten met de desbetreffende Staat, het desbetreffende land of het desbetreffende grondgebied. In deze overeenkomsten worden de voorwaarden vastgelegd waaronder de geassocieerde leden mogen deelnemen aan en hun stem uitbrengen in de vergaderingen van de Raad van ministers en de Bijzondere commissies. 3. Oprichtende leden van de Associatie zijn de in het eerste lid van dit artikel genoemde lidstaten die dit Verdrag ondertekenen en bekrachtigen voor zijn inwerkingtreding en gedurende het eerste jaar daarna.

Rechtspraak bij dit artikel