Naar hoofdinhoud

Artikel IV

Maatregelen

Onderdeel van Inter-Amerikaans Verdrag inzake de bescherming en het behoud van zeeschildpadden· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 2 mei 2001

1. Elke Partij neemt passende en noodzakelijke maatregelen, overeenkomstig het internationale recht en aan de hand van de beste wetenschappelijk gegevens die beschikbaar zijn, ter bescherming, behoud en herstel van zeeschildpaddenpopulaties en hun habitats: op haar landgebied en in maritieme gebieden met betrekking tot welke zij soevereiniteit, soevereine rechten of rechtsmacht uitoefent en die liggen binnen het Verdragsgebied; en ongeacht artikel III, met betrekking tot schepen op de volle zee die gerechtigd zijn haar vlag te voeren. 2. Deze maatregelen omvatten: een verbod op het opzettelijk vangen, het vasthouden of doden van en de binnenlandse handel in zeeschildpadden, hun eieren, zeeschildpaddendelen of -producten; nakoming van de verplichtingen vastgesteld in de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES) met betrekking tot zeeschildpadden, hun eieren, zeeschildpaddendelen of -producten; voorzover uitvoerbaar, beperking van menselijke activiteiten die zeeschildpadden ernstig zouden kunnen schaden, in het bijzonder gedurende de tijd dat zij zich voortplanten, nestelen en trekken; bescherming, behoud en, zo nodig, herstel van de zeeschildpadden-habitats en broedgebieden, alsmede vaststelling van de nodige beperkingen op het gebruik van zodanige zones, met inbegrip van het aanwijzen van beschermde gebieden, als bepaald in Bijlage II; bevordering van wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot zeeschildpadden en hun habitats, alsmede met betrekking tot andere daarmee in verband staande zaken die betrouwbare, nuttige gegevens verschaffen voor het treffen van de in dit artikel genoemde maatregelen; bevordering van inspanningen ter verbetering van zeeschildpaddenpopulaties, met inbegrip van onderzoek op het gebied van experimenteel reproduceren, kweken en weer uitzetten van zeeschildpadden in hun habitats teneinde de haalbaarheid vast te stellen van deze praktijken om populaties te vergroten zonder dat de zeeschildpadden daarbij gevaar lopen; bevordering van milieu-educatie en verspreiding van informatie teneinde deelname aan te moedigen van gouvernementele instellingen, niet-gouvernementele organisaties en het grote publiek van elke Staat, met name die gemeenschappen die betrokken zijn bij de bescherming, het behoud en het herstel van zeeschildpaddenpopulaties en hun habitats; beperking, tot het uiterst uitvoerbare, van incidentele vangst, vasthouding van zeeschildpadden, schade aan of sterfte van zeeschildpadden tijdens visserij-activiteiten, door middel van passende reglementering van dergelijke activiteiten, alsmede ontwikkeling, verbetering en gebruik van passend tuig, passende apparaten of technieken, met inbegrip van het gebruik van de turtle exclusion devices (TED's) ingevolge de bepalingen van Bijlage III, en de bijbehorende scholing, overeenkomstig het beginsel van duurzaam gebruik van visserijrijkdommen; en elke andere maatregel, overeenkomstig het internationale recht, welke de Partijen passend achten ter verwezenlijking van de doelstelling van dit Verdrag. 3. Ten aanzien van deze maatregelen geldt het volgende: Elke Partij kan uitzonderingen toestaan op het tweede lid, onderdeel a, teneinde te voldoen aan de economische bestaansbehoeften van traditionele leefgemeenschappen, waarbij rekening wordt gehouden met de aanbevelingen van het ingevolge artikel VII opgerichte raadgevend comité, met dien verstande dat zodanige uitzonderingen de inspanningen ter verwezenlijking van de doelstelling van dit Verdrag niet frustreren. Bij het doen van aanbevelingen, houdt het raadgevend comité onder meer rekening met de stand van de betrokken zeeschildpadden-populaties, de mening van alle Partijen over deze populaties, de gevolgen voor die populaties op regionaal niveau en de methoden die worden gebruikt bij het weghalen van de eieren of de schildpadden om aan die behoeften te voldoen; Een Partij die dergelijke uitzonderingen toestaat stelt een beheersprogramma op waarin tevens de grenzen aan de niveaus van het opzettelijk weghalen zijn opgenomen; neemt in haar, in artikel XI genoemde, jaarrapport gegevens op over haar beheerprogramma; Partijen kunnen in onderlinge overeenstemming bilaterale, subregionale of regionale beheerplannen vaststellen; Partijen kunnen, bij consensus, uitzonderingen op de in het tweede lid, letters c t/m i, omschreven maatregelen goedkeuren, teneinde rekening te houden met omstandigheden die bijzondere aandacht billijken, mits deze uitzonderingen de doelstelling van dit Verdrag niet schaden. 4. Indien een noodsituatie wordt vastgesteld die de inspanningen ter verwezenlijking van dit Verdrag schaadt en gezamenlijke actie vereist, overwegen de Partijen de aanvaarding van passende en toereikende maatregelen om de situatie aan te pakken. Deze maatregelen zijn van tijdelijke aard en stoelen op de beste wetenschappelijke bevindingen die beschikbaar zijn.

Rechtspraak bij dit artikel