**1.** Ten behoeve van uitlevering en wederzijdse rechtshulp zullen de strafbare feiten omschreven in respectievelijk artikel 15, eerste lid, letters a tot en met c, en artikel 15, niet worden beschouwd als politieke delicten, noch als met politieke delicten samenhangende delicten, noch als delicten ingegeven door politieke motieven. Dienovereenkomstig mag een verzoek om uitlevering of om wederzijdse rechtshulp op basis van dergelijke delicten niet worden geweigerd op grond van het enkele feit dat het een politiek delict, een met een politiek delict samenhangend delict of een delict ingegeven door politieke motieven betreft.
**2.** Niets in dit Protocol mag zo worden uitgelegd dat het verplicht tot uitlevering of het verlenen van wederzijdse rechtshulp in gevallen waarin de aangezochte Partij ernstige redenen heeft om aan te nemen dat het verzoek om uitlevering voor in artikel 15, eerste lid, letters a tot en met c, omschreven strafbare feiten of om wederzijdse rechtshulp met betrekking tot in artikel 15 genoemde strafbare feiten, is gedaan met de bedoeling een persoon te vervolgen of te bestraffen op grond van zijn ras, godsdienst, nationaliteit, etnische afkomst of politieke overtuiging, of dat inwilliging van het verzoek de positie van de betrokkene om één van deze redenen ongunstig zou kunnen beïnvloeden.
HOOFDSTUK 4
Artikel 20
Weigeringsgronden
Onderdeel van Tweede Protocol bij het Haags Verdrag van 1954 inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 30 april 2007