Naar hoofdinhoud
1. De autoriteiten van de Nederlandse Antillen en Aruba verlenen de Regering van de Verenigde Staten na voorafgaand overleg en terdege rekening houdend met de bestaande en geplande ontwikkeling van faciliteiten en operaties, toestemming om nieuwe bouwwerkzaamheden uit te voeren of bestaande structuren en terreinen op de overeengekomen faciliteiten te verbeteren, te wijzigen, te verwijderen en te herstellen om te voldoen aan vereisten in verband met dit Verdrag. 2. Indien plaatselijke wetten en voorschriften afwijken van de normen van de Regering van de Verenigde Staten, plegen de Partijen overleg teneinde een praktische oplossing te vinden voor de kwestie. 3. Bij beëindiging van dit Verdrag is de Regering van de Verenigde Staten niet verplicht tot het verwijderen van faciliteiten, gebouwen of verbeteringen daaraan die zijn aangebracht op haar eigen kosten, tenzij een dergelijke verplichting ten tijde van de bouw is bedongen door de Nederlandse Antillen of Aruba. Bij beëindiging van het gebruik van in verband met dit Verdrag gebouwde, verbeterde, aangepaste of herstelde faciliteiten, draagt de Regering van de Verenigde Staten, na gepast overleg tussen de Partijen, het gebruik van deze faciliteiten over aan respectievelijk de Nederlandse Antillen of Aruba.

Rechtspraak bij dit artikel