Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I › Titel 1

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Procedureregeling van de Kamer van Beroep van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (van 23 november 2006)· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2007

Wanneer een rechter overeenkomstig artikel 45bis van de Herziene Rijnvaartakte geen zitting kan hebben in een zaak omdat hij reeds eerder in een andere hoedanigheid kennis daarvan heeft moeten nemen of wanneer hijzelf meent zich te moeten wraken, stelt hij de voorzitter hiervan in kennis. Wanneer deze meent dat de wraking ongegrond is onderwerpt hij deze aan het besluit van de Kamer. Indien er, behalve de in de voorgaande alinea bedoelde gevallen, redenen blijken te zijn tot wraking van een rechter, doet de Kamer ambtshalve dan wel op verzoek van een der partijen, uitspraak over de wraking. In deze gevallen neemt de betrokken rechter niet deel aan het onderzoek of aan de beslissing van de Kamer. De griffier deelt aan de partijen de samenstelling van de Kamer in de zaak mede. Het met redenen omklede verzoek tot wraking dient schriftelijk bij de Kamer te worden ingediend binnen een termijn van drie weken te rekenen van de datum van ontvangst van de mededeling bedoeld in de vierde alinea van dit artikel. Verzoeken om wraking wegens later bekend geworden redenen moeten zonder verwijl worden ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel