Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Artikel 13

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van het Europees Centrum voor weersvoorspellingen op middellange termijn· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 november 1975

1. Iedere Lid-Staat betaalt het Centrum jaarlijks in inwisselbare valuta een bijdrage die is bepaald op basis van een bijdragenschaal die om de drie jaar door de Raad wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 6, lid 3 sub h). Deze schaal is gebaseerd op het gemiddelde van het bruto nationaal produkt van elke Lid-Staat gedurende de laatste drie kalenderjaren waarvoor statistieken bestaan. 2. De Raad kan, overeenkomstig artikel 6, lid 3 sub h), besluiten tot tijdelijke verlaging van de bijdrage van een Lid-Staat op grond van voor deze Staat geldende bijzondere omstandigheden. Als bijzondere omstandigheid zal worden beschouwd het feit dat een Lid-Staat een bruto nationaal produkt per hoofd heeft dat lager is dan een bedrag dat door de Raad zal worden bepaald volgens de procedure van artikel 6, lid 3. 3. Indien een Staat na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst partij wordt bij deze overeenkomst, wordt de bijdragenschaal door de Raad gewijzigd overeenkomstig de in lid 1 genoemde berekeningsgrondslag. De nieuwe schaal wordt van kracht op de datum waarop de betrokken Staat partij wordt bij deze overeenkomst. Iedere Staat die na de 31e december van het jaar waarin deze overeenkomst in werking treedt, partij wordt, is gehouden, boven de in lid 1 bedoelde bijdrage, een bijkomende eenmalige bijdrage voor de eerder door het Centrum gedane uitgaven te voldoen. De hoogte van deze bijkomende bijdrage wordt vastgesteld door de Raad, die besluit volgens de procedure van artikel 6, lid 1. Tenzij de Raad anders heeft besloten overeenkomstig artikel 6, lid 1, wordt elke uit hoofde van de tweede alinea gestorte bijkomende bijdrage in mindering gebracht op de bijdragen der overige Lid-Staten. Deze mindering wordt berekend naar rata van de door elke Lid-Staat vóór het lopende begrotingsjaar werkelijk gestorte bijdragen. 4. Indien een Staat na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst ophoudt partij te zijn bij deze overeenkomst, wordt de bijdragenschaal door de Raad gewijzigd overeenkomstig de in lid 1 genoemde berekeningsgrondslag. De nieuwe schaal wordt van kracht op de datum waarop de betrokken Staat ophoudt partij te zijn bij deze overeenkomst. 5. De wijze van storting van de bijdragen wordt vastgesteld in het Financieel Reglement.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel