**1.** Iedere afgevaardigde heeft het recht hoofdelijk te stemmen over alle aangelegenheden die door de Conferentie worden behandeld.
**2.** Indien een der Leden heeft nagelaten een der niet-regeringsafgevaardigden waarop dat Lid recht heeft, aan te wijzen, mag de andere niet-regeringsafgevaardigde aan de beraadslagingen van de Conferentie deelnemen, doch niet aan de stemmingen.
**3.** Indien de Conferentie op grond van het bepaalde in artikel 3 de toelating van een afgevaardigde van een der Leden weigert, wordt het bepaalde in dit artikel toegepast alsof die afgevaardigde niet was aangewezen.
HOOFDSTUK I
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 19 oktober 1973