Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Gebruik van het embleem van het derde Protocol tot aanduiding

Onderdeel van Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de aanvaarding van een aanvullend onderscheidend embleem (Protocol III)· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 13 juni 2007

1. De nationale verenigingen van de Hoge Verdragsluitende Partijen die besluiten tot het gebruik van het embleem van het derde Protocol, kunnen bij het gebruik van het embleem overeenkomstig de desbetreffende nationale wetgeving besluiten ten behoeve van het gebruik ter aanduiding er het volgende in te integreren: een bij de Verdragen van Genève erkend embleem of een combinatie van deze emblemen; of een ander embleem dat daadwerkelijk in gebruik is bij een Hoge Verdragsluitende Partij en waarover voorafgaand aan de aanneming van dit Protocol via de depositaris mededeling is gedaan aan de andere Hoge Verdragsluitende Partijen en het Internationale Comité van het Rode Kruis. De wijze van integreren dient overeen te komen met de illustratie in de bijlage bij dit Protocol. 2. Een nationale vereniging die besluit overeenkomstig het voorgaande eerste lid een ander embleem te integreren in het embleem van het derde Protocol, kan in overeenstemming met de nationale wetgeving de benaming van dat embleem gebruiken en het voeren binnen haar nationale grondgebied. 3. De nationale verenigingen kunnen in overeenstemming met hun nationale wetgeving en in uitzonderlijke omstandigheden en teneinde hun werkzaamheden te vergemakkelijken tijdelijk gebruik maken van het in artikel 2 van dit Protocol bedoelde embleem. 4. Dit artikel laat de juridische status van de bij de Verdragen van Genève en bij dit Protocol erkende emblemen onverlet evenals die van elk specifiek embleem dat ter aanduiding in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel is geïntegreerd.

Rechtspraak bij dit artikel