Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland geeft aan de in artikel 37 bedoelde Staten, alsmede aan de Staten die overeenkomstig artikel 39 zijn toegetreden, kennis van:
de ondertekeningen en bekrachtigingen bedoeld in artikel 37;
de datum waarop dit Verdrag overeenkomstig het eerste lid van artikel 38 in werking treedt;
de toetredingen bedoeld in artikel 39 en de tijdstippen waarop zij van kracht worden;
de uitbreidingen bedoeld in artikel 40 en de tijdstippen waarop zij van kracht worden;
de aanwijzingen, voorbehouden en verklaringen genoemd in de artikelen 33 en 35;
de opzeggingen bedoeld in het derde lid van artikel 41.
HOOFDSTUK III
Artikel 42
Artikel 42
Onderdeel van Verdrag inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en in handelszaken· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 7 juni 1981