Elke Verdragsluitende Staat kan, overeenkomstig, artikel 34, zich het recht voorbehouden niet te erkennen of uitvoerbaar te verklaren:
beslissingen en schikkingen betreffende onderhoud verschuldigd voor het tijdvak na het huwelijk of na de eenentwintigste verjaardag van de onderhoudsgerechtigde door een andere onderhoudsplichtige dan de echtgenoot of voormalige echtgenoot van de onderhoudsgerechtigde;
beslissingen en schikkingen inzake onderhoudsverplichtingen
tussen personen die elkaar in de zijlinie bestaan;
tussen aanverwanten:
beslissingen en schikkingen die niet voorzien in onderhoudsuitkeringen door middel van periodieke betalingen.
Een Verdragsluitende Staat die een voorbehoud heeft gemaakt is niet gerechtigd de toepassing van het Verdrag te eisen op beslissingen en schikkingen welke door zijn voorbehoud zijn uitgesloten.
HOOFDSTUK VI
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van Verdrag inzake de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen over onderhoudsverplichtingen· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 1981