De autoriteit van de Staat van herkomst wordt bevoegd geacht in de zin van het Verdrag:
indien de onderhoudsplichtige of de onderhoudsgerechtigde ten tijde van de inleiding van het geding zijn gewone verblijfplaats had in de Staat van herkomst; of
de onderhoudsplichtige en de onderhoudsgerechtigde ten tijde van die inleiding van het geding de nationaliteit van die Staat van oorsprong hadden; of
de verweerder zich heeft onderworpen aan de bevoegdheid van deze autoriteit, uitdrukkelijk dan wel door verweer ten gronde te voeren zonder voorbehoud ten aanzien van de bevoegdheid.
HOOFDSTUK II
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Verdrag inzake de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen over onderhoudsverplichtingen· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 1981