Ongeacht of zij al of niet gebonden zijn door een aanvullend akkoord, als bedoeld in artikel 21, mogen de Verdragsluitende Staten met elkander geen andere verdragen sluiten betreffende de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen waarop dit Verdrag van toepassing is, tenzij zij die sluiting, met name uit hoofde van hun onderlinge economische banden of de bijzondere geaardheid van hun recht, noodzakelijk achten.
HOOFDSTUK VI
Artikel 25
Artikel 25
Onderdeel van Verdrag betreffende de erkenning en de ten uitvoerlegging van buitenlandse vonnissen in burgerlijke en handelszaken· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 20 augustus 1979