Iedere Staat kan op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, of op het tijdstip waarop een verklaring krachtens artikel 29 wordt afgelegd, de in artikel 16, 21 en 22 bedoelde voorbehouden maken.
Geen ander voorbehoud is toegestaan.
Iedere Verdragsluitende Staat kan te allen tijde een door hem gemaakt voorbehoud intrekken; het voorbehoud houdt op van kracht te zijn met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de kennisgeving van de intrekking.
HOOFDSTUK V
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 1996