Iedere Staat kan, uiterlijk op het tijdstip van bekrachtiging of toetreding, één of meer van de in de artikelen 9, 10, 11, 12 en 13 van dit Verdrag bedoelde voorbehouden maken. Geen ander voorbehoud is toegestaan.
Iedere verdragsluitende Staat kan eveneens bij de kennisgeving van een uitbreiding van het Verdrag overeenkomstig artikel 17 één of meer van deze voorbehouden maken, waarvan de werking beperkt blijft tot de in de verklaring van uitbreiding genoemde gebieden of tot één of meer van deze.
Iedere verdragsluitende Staat kan op elk tijdstip een door hem gemaakt voorbehoud intrekken. Deze intrekking wordt ter kennis gebracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland.
De werking van het voorbehoud eindigt op de zestigste dag na de kennisgeving, bedoeld in het vorige lid.
Artikel 18
Artikel 18
Onderdeel van Verdrag inzake de wetsconflicten betreffende de vorm van testamentaire beschikkingen· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1982