Naar hoofdinhoud

Artikel IV

Artikel IV

Onderdeel van Verdrag inzake conventionele strijdkrachten in Europa· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 6 juli 1993

1. Binnen het toepassingsgebied zoals omschreven in artikel II, beperkt en, voor zover nodig, vermindert elke Partij haar aantallen gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen, stukken artillerie, gevechtsvliegtuigen, en aanvalshelikopters zodat 40 maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag en daarna, voor de groep van Partijen waartoe zij behoort, zoals omschreven in artikel II, de totale aantallen binnen het toepassingsgebied niet groter zijn dan: 20.000 gevechtstanks, waarvan niet meer dan 16.500 in actieve eenheden; 30.000 pantsergevechtsvoertuigen, waarvan niet meer dan 27.300 in actieve eenheden. Van de 30.000 pantsergevechtsvoertuigen mogen er niet meer dan 18.000 pantserinfanteriegevechtsvoertuigen en zwaarbewapende gevechtsvoertuigen zijn; van de pantserinfanteriegevechtsvoertuigen en zwaarbewapende gevechtsvoertuigen mogen er niet meer dan 1.500 zwaarbewapende gevechtsvoertuigen zijn; 20.000 stukken artillerie, waarvan niet meer dan 17.000 in actieve eenheden; 6.800 gevechtsvliegtuigen;en 2.000 aanvalshelikopters Gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen en artillerie die niet in actieve eenheden zijn, worden geplaatst in aangewezen permanente opslagplaatsen zoals omschreven in artikel II en worden uitsluitend geplaatst in het gebied beschreven in het tweede lid van dit artikel. Deze aangewezen permanente opslagplaatsen kunnen ook gelegen zijn in de Republiek Moldavië, het deel van Oekraïne bestaande uit het voormalige militaire district Odessa op zijn grondgebied en het deel van het grondgebied van de Russische Federatie bestaande uit het zuidelijke deel van het militaire district Leningrad. In het militaire district Odessa mogen niet meer dan 400 gevechtstanks en niet meer dan 500 stukken artillerie worden opgeslagen. In het zuidelijke deel van het militaire district Leningrad mogen niet meer dan 600 gevechtstanks, niet meer dan 800 pantsergevechtsvoertuigen, waaronder niet meer dan 300 pantsergevechtsvoertuigen van welk type dan ook, terwijl het resterende aantal bestaat uit gepantserde personeelsvoertuigen, en niet meer dan 400 stukken artillerie worden opgeslagen. Onder het zuidelijk deel van het militaire district Leningrad wordt verstaan het gebied binnen dat militaire district ten zuiden van de lijn van oost naar west op 60 graden 15 minuten noorderbreedte. 2. In het gebied gevormd door het gehele landgebied in Europa, dat mede alle Europese eilandgebieden omvat, van de Republiek Belarus, het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken met inbegrip van de Faeröer, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Republiek Hongarije, de Italiaanse Republiek, het deel van de Republiek Kazachstan binnen het toepassingsgebied, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, het deel van het grondgebied van Oekraïne bestaande uit de voormalige militaire districten Karpaten en Kiev, de Republiek Polen, de Portugese Republiek met inbegrip van de Azoren en Madeira, het deel van de Russische Federatie bestaande uit het deel van het voormalig Baltisch militair district op zijn grondgebied, het militair district Moskou en het deel van het militair district Wolga-Oeral op zijn grondgebied ten westen van de Oeral, de Slowaakse Republiek, het Koninkrijk Spanje met inbegrip van de Canarische Eilanden, de Tsjechische Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, beperkt en, voor zover nodig, vermindert elke Partij haar aantallen gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen en stukken artillerie, zodat, 40 maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag en daarna, voor de groep van Partijen waartoe zij behoort de totale aantallen niet groter zijn dan: 15.300 gevechtstanks, waarvan niet meer dan 11.800 in actieve eenheden; 24.100 pantsergevechtsvoertuigen, waarvan niet meer dan 21.400 in actieve eenheden; en 14.000 stukken artillerie, waarvan niet meer dan 11.000 in actieve eenheden. 3. In het gebied gevormd door het gehele landgebied in Europa, dat mede alle Europese eilandgebieden omvat, van de Republiek Belarus, het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken met inbegrip van de Faeröer, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Republiek Hongarije, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, het deel van het grondgebied van Oekraïne bestaande uit de voormalige militaire districten Karpaten en Kiev, de Republiek Polen, het deel van de Russische Federatie bestaande uit het deel van het voormalig Baltisch militair district op zijn grondgebied, de Slowaakse Republiek, de Tsjechische Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, beperkt en, voor zover nodig, vermindert elke Partij haar aantallen gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen en stukken artillerie, zodat, 40 maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag en daarna, voor de groep van Partijen waartoe zij behoort de totale aantallen niet groter zijn dan: 10.300 gevechtstanks; 19.260pantsergevechtsvoertuigen; en 9.100 stukken artillerie; en in het deel van Oekraïne bestaande uit het voormalige militaire district Kiev de totale aantallen in actieve eenheden en in aangewezen permanente opslagplaatsen tezamen niet groter zijn dan: 2.250 gevechtstanks; 2.500 pantsergevechtsvoertuigen; en 1.500 stukken artillerie. 4. In het gebied gevormd door het gehele landgebied in Europa, dat mede alle Europese eilandgebieden omvat, van het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Hongarije, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Polen, de Slowaakse Republiek en de Tsjechische Republiek, beperkt en, voor zover nodig, vermindert elke Partij haar aantallen gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen en stukken artillerie zodat, 40 maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag en daarna, voor de groep van Partijen waartoe zij behoort de totale aantallen in actieve eenheden niet groter zijn dan: 7.500 gevechtstanks; 11.250 pantsergevechtsvoertuigen : en 5.000 stukken artillerie. 5. Partijen behorend tot dezelfde groep van Partijen kunnen gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen en artillerie in actieve eenheden plaatsen in elk van de gebieden beschreven in dit artikel en in artikel V, eerste lid, letter A, tot de getalsmatige beperkingen die in dat gebied van toepassing zijn, zulks in overeenstemming met de ingevolge artikel VII bekendgemaakte maximumaantallen en mits geen enkele Partij conventionele strijdkrachten stationeert op het grondgebied van een andere Partij zonder de toestemming van die Partij. 6. Indien de totale aantallen gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen en stukken artillerie in actieve eenheden van een groep van Partijen binnen het gebied beschreven in het vierde lid van dit artikel kleiner zijn dan de getalsmatige beperkingen genoemd in het vierde lid van dit artikel en mits geen enkele Partij daardoor wordt belet haar in overeenstemming met artikel VII, tweede, derde en vijfde lid, bekendgemaakte maximumaantallen te bereiken, kunnen aantallen gelijk aan het verschil tussen de totale aantallen in elk van de categorieën gevechtstanks, pantsergevechtsvoertuigen en artillerie en de voor dat gebied aangegeven getalsmatige beperkingen, door Partijen behorend tot die groep van Partijen worden geplaatst in het gebied beschreven in het derde lid van dit artikel, zulks in overeenstemming met de in het derde lid van dit artikel aangegeven getalsmatige beperkingen. Opgeschort per 7 december 2023 (Trb. 2023/141).

Rechtspraak bij dit artikel